Pelgrim Santiago

Pelgrims uitrusting


Een pelgrim is een gelovige die een reis maakt naar een heilige plaats, vaak te voet en uit devotie of boetedoening. Bekende bestemmingen zijn Santiago de Compostela, Lourdes, Rome en Jeruzalem.
Er wordt wel gezegd dat een pelgrim niet alleen een weg loopt…maar dat de weg hem vormt.

In de middeleeuwen vertrok een pelgrim vaak zonder zekerheid.
Hij liet zijn huis achter, zijn land, soms zelfs zijn naam.
Wat hij meenam was weinig: een staf, een mantel, een kleine buidel —
en iets wat je niet kon zien, maar wat zwaarder woog dan alles samen:
een innerlijke roep.

Sommigen gingen uit dankbaarheid. Anderen uit boete. Weer anderen omdat ze voelden dat ze stil waren komen te staan in het leven — en opnieuw in beweging moesten komen.
Onderweg was er geen zekerheid. Geen garantie op voedsel, geen veilige overnachting, geen belofte dat men ooit zou aankomen.
En toch… gingen ze. Dat is misschien wel de kern van de pelgrim: niet dat hij aankomt… maar dat hij durft te gaan.

Dat gaat niet zonder enige voorbereidingen. Dus nam hij mee wat hij onderweg nodig had. De staf en de scrip — een eenvoudige pelgrimstas of buidel — behoorden tot de bekendste onderdelen van zijn uitrusting. Die tas en staf waren zelfs zo belangrijk dat ze vóór vertrek samen konden worden gezegend en ceremonieel aan de pelgrim werden overhandigd. In middeleeuwse vertrekrituelen worden ze steeds als paar genoemd: de satchel en de staf.

Daarnaast is er ook nog de hoed (met de hoed in je hand, kom je door het ganse land….wie kent dat nog?) en een mantel.

 

wandelstokken met schildjes
kalebassen
Jacobs schelp
perkament met kruiden

De staf was niet alleen voor stabiliteit op ruw terrein, het was ook symbool voor:
• onderweg zijn
• steun tijdens de reis
• vertrouwen op God
De staf kon ook worden versierd. Soms met decoratie, soms met pelgrimstekens. Bijvoorbeeld een Jacobsschelp van Santiago. Wat daarvan is overgeleverd naar deze tijd zijn de bekende schildjes op een wandelstok, dat heeft hiervan zijn herkomst.

Aan zijn staf hing ook wel eens een kleine kalebas als drinkflesje. Maar soms ook een klein buideltje, of klokje, pelgrimsteken of versiering. Later ook nog linten of andere aandenkens.
Zo’n buideltje was ook voor geestelijke steun, daarnaast stond weer op zijn beurt symbool voor: weinig bezit, vertrouwen voor onderweg en ruimte om iets te ontvangen. Het was een (verre) soort van een mini overlevingskitje. Maar ook met aandenkens erin.

Wat zat er in het buideltje?
Bijvoorbeeld:
Rozenkransje of gebedssnoer
— voor bij het gebed, moed te geven, vertrouwen en houvast.
Zout
– symbool van zuiverheid en trouw
– “Gij zijt het zout der aarde” (Matteüs 5:13)
Een klein steentje
– herinnering aan het labyrint of de weg die iemand heeft gelopen
– God als “rots”
Een stukje eikenhout of een eikel
– kracht en standvastigheid
– verwijzing naar jouw eik bij de ingang
Een klein stukje brood of graankorrel
– leven, voeding, gemeenschap
Een stukje rode draad of rood lint
– verbondenheid met de broederschap / de weg die iemand gegaan is
Kruiden
— niet enkel voor het eten, maar ook als medicijn. Maar niet geheel onbelangrijk: symbolisch.

Dit zat er niet allemaal standaard in. Het is allemaal naar behoefte van de pelgrim zelf. Het mooie is: met zo’n klein pakketje kan zeggen: je gaat weer verder, en nu draag je iets van deze plek met je mee. En ook: “Hier vond ik rust.”

De scrip, de pelgrimstas of buidel:
Een pelgrim heeft geen inhoud van een complete Camper bij zich. Dus geen keuken, met gasfornuis, reserve bed, kruidenrek en een geit in zijn tas.
Het belangrijkste eerst: er bestond geen standaard-inpaklijst voor iedere middeleeuwse pelgrim. Wat iemand meenam hing af van geld, afstand, seizoen, bestemming en of hij alleen of in een groep reisde. De scrip was bovendien niet groot. Het idee was juist: je nam weinig mee en was onderweg afhankelijk van herbergen, kloosters, gasthuizen, aankopen en liefdadigheid.

Waarschijnlijk konden daarin eenvoudige, kleine benodigdheden zitten, zoals:
• brood of ander houdbaar voedsel;
• wat geld in een beursje;
• een mes voor eten en alledaags gebruik;
• reis- of aanbevelingsbrieven;
• een klein gebedenboekje of ander devotionalium, wanneer iemand dat bezat;
• na een bezoek aan een heiligdom: een pelgrimsteken, ampul of ander aandenken. Kleine ampullen konden wijwater of olie van een heiligdom bevatten.

Daarnaast kon iemand een drinkvat, kom of fles meenemen, maar die hing ook geregeld buiten de tas, aan de riem of staf. Een staf, tas en drinkvoorziening betekenden dus nog niet dat alles in één propvolle scrip werd geprakt.

Mantel en hoed:
Pelgrimstekens werden bij bedevaartplaatsen gekocht en dienden onder meer als bewijs of herinnering aan het bezoek; ze werden vaak zichtbaar op hoed of kleding bevestigd en hoefden dus niet lang ín de tas te blijven. Zo was zichtbaar waar de pelgrim was geweest, waar hij boetedoening heeft gedaan.

Pelgrims insigne's
vlnr: Nierveart van Breda (1500) - Jeruzalem (900) - kruis uit zuid Frankrijk (1200)
Niervaert insigne
pelgrimsinsigne