Close-up van een Tempelierszegel in rode was met twee ridders op één paard, naast een metalen zegelstempel.

het zegel

In de legende staat in het Latijns: SIGILLUM MILITUM XPISTI

Dat betekent: “Zegel van de ridders van Christus.”

(XPISTI = middeleeuwse afkorting voor Christi – denk aan Constantijn de Grote – IHSV)

De twee ridders op één paard

1️⃣ Armoede van de eerste Tempeliers
Volgens de traditie hadden de eerste ridders zo weinig middelen dat twee broeders één paard deelden.

2️⃣ Broederschap
Het symboliseert dat de ridder nooit alleen strijdt, maar als broeder onder broeders. Verbonden, samen dragen, nooit alleen staan. Twee Tempeliers, één kracht.

3️⃣ Dubbele roeping
Ridder én monnik. Strijdend én geestelijk.

De zegel is een verklaring:
Wij dragen niet onszelf. Wij worden gedragen.
Wij bezitten niet. Wij delen.
Wij staan niet alleen. Wij zijn broeders

Het officiële zegel van de Orde ontstond in de vroegste fase van de Orde, kort na de oprichting. In de jaren 1120 – 1140. Daar kennen we de eerste afdrukken van. Hugues de Payens was de eerste die het gebruikte. Daarna uiteraard zijn opvolgers.

Het zegel was een officieel instrument.
Een zegel was geen decoratie, maar:
• een juridisch middel
• een teken van gezag
• een waarborg van echtheid


De verantwoordelijkheid lag dus waarschijnlijk bij:
• de leiding van de orde
• mogelijk de grootmeester zelf
• of een kleine kring rond hem


👉 Denk aan Hugues de Payens en zijn directe omgeving.

Middeleeuwse monnik die een zegelstempel in was drukt op een perkament document bij kaarslicht.

De ontwerper
We hebben geen herkomst over de ontwerper en/of wie het gemaakt heeft. Niet van de graveur, de maker van de stempel, of degene die het beeld heeft bedacht.
In de middeleeuwen waren de makers “in dienst van”. In dienst van een klooster, vorst, of een Heer. Het werk hoorde dus bij de gemeenschap, niet bij het individu.
Het is kan zijn dat Hugues samen met de andere 8 oprichters het mede ontworpen hebben. Ook Bernardus van Clairvaux kan invloed gehad hebben. Maar daar is geen direct bewijs van.

Godfried van Bouillon
Er gaat een verhaal de ronde dat Godfried van Bouillon zijn fort verkocht aan de bisschop van Luik om de eerste kruistocht te financieren.
Een kruistocht was enorm duur. Je uitrusting, manschappen, de reis, alles moet gefinancierd worden. Hij kwam zo arm in het Heilige land aan dat hij samen met een andere broeder een paard moest delen.
Dit verhaal berust niet op waarheid. Godfried verkocht wel bezittingen om op kruistocht te gaan. Maar dat hij zo arm in het Heilige land aankwam, dat hij een paard met een Broeder moest delen is een geromantiseerd verhaal.
Godfried was nog steeds een hoge edelman met gevolg. Hij had meerdere ridders, soldaten en middelen.


Later
Kwamen er nog andere Tempelierszegels. Een andere bekende zegel is met de rotskoepel. 

Middeleeuwse afbeelding van de Rotskoepel in Jeruzalem, aangeduid als Templum Salomonis.
Twee middeleeuwse Tempelierszegels met respectievelijk een ruiterfiguur en de Rotskoepel (Templum Domini).

 

👆🏻 Middeleeuwse afbeelding van de Rotskoepel in Jeruzalem, aangeduid als Templum Salomonis.

👈🏻 De Tempel van Salomo volgens middeleeuwse voorstelling

Dit is de Rotskoepel in Jeruzalem. We noemen dit: Templum Domini. Tempel van de Heer. Dit zegel zegt: wij behoren bij deze Heilige plaats.


Daarnaast had je er nog meer.
Elke Grootmeester beschikte over een zegel dat hij gebruikte voor officiële documenten. Zoals Hugues de Payens, Robert de Craon, Jacques de Molay.
Hun zegels konden kleine verschillen hebben. Soms andere tekst of stijl, maar bleven meestal binnen hetzelfde “beeldtaal-systeem”.
Maar het was niet zo dat elke Groot Meester dacht: “ Zo, ik ontwerp mijn eigen logo.”
De zegels waren een onderdeel van de orde-identiteit, niet van persoonlijke expressie.

Daarnaast gebruikten ook de verschillende commanderijen hun eigen zegels. Verspreid over Europa — in Frankrijk, Engeland, Spanje en daarbuiten — ontstonden lokale varianten. Soms eenvoudiger van vorm, soms met een kruis of een inscriptie, maar altijd verbonden aan de Orde van de Tempel.

Er waren ook functionele zegels, bedoeld voor administratie en eigendommen. Minder uitgesproken in beeld, maar niet minder belangrijk in gebruik.

Middeleeuws Tempeliersdocument met hangend waszegel aan koorden, symbool van echtheid en gezag binnen de Orde van de Tempel.
Middeleeuws kerkelijk zegel van Henricus de Bye uit Breda (1459) met religieuze afbeelding, gebruikt voor officiële bekrachtiging.
Middeleeuws perkament charter met meerdere hangende waszegels aan stroken, gebruikt voor officiële bekrachtiging door meerdere partijen.

Touwtje
In de middeleeuwen werd het zegel niet op papier gedrukt, zoals we dat nu kennen. Een zegel hing eraan. We noemen dit een hangende zegel. Middeleeuwse documenten werden geschreven op perkament — stevig, maar kostbaar materiaal. Onderaan het document werd een strook uitgesneden, of er werden koorden doorheen gehaald. Daaraan werd het zegel bevestigd.
Een smalle strook werd uit het document zelf gesneden en naar beneden gevouwen.
Daarop werd de warme was gedrukt.
👉 Het zegel zat letterlijk vast aan het document zelf.

Door kleine gaatjes in het perkament werden koorden (van vlas of zijde), of platte linten getrokken. Aan die draden werd het zegel bevestigd. 👉 Dit gaf extra stevigheid en status, vooral bij belangrijke stukken.


Een zegel was niet versiering, maar:
• een handtekening
• een garantie van echtheid
• een juridisch bindend teken
Als het zegel brak, of werd verwijderd, dan was het document vaak niet meer geldig.

Detail van koorden waarmee een middeleeuws hangend zegel aan perkament is bevestigd.

Zo’n document lag niet strak en netjes zoals een modern papier.


Het was:
• zwaar perkament
• met een zegel dat bungelde
• soms groot en dik
• soms beschadigd door tijd
👉 Het zegel leefde letterlijk “onder” het document.

Tempelierszegel in rode was met twee ridders op één paard, naast een zegelstempel in de vorm van een ridder en een ring met heraldisch symbool.

Praktisch
Eerst werd de bevestiging gemaakt. Het document werd voorbereid. Er werd onderaan een strook perkament of koorden aangebracht. Dan werd er gesmolten was of wasmengsel aangebracht rond de strook of koorden. Vaak gemengd met hars: dat is steviger als kaarswas.
Daarna gebruikten ze een zegelstempel – matrix – en soms zelfs een tegenstempel – counterseal. Dat was voor de tegendruk. En ook die kon een relief/afbeelding hebben. Je hebt zo dus 2 harde oppervlakten.
Daarna werd het geheel gewoon afgekoeld. De was hardde uit en het zegel zat vast om de strook of koorden heen. Niet erop… maar eromheen geklemd.


Zo’n waxzegel was geen dun laagje. Een dikke schijf, zwaar, soms enkele cm dik. Soms dus zelfs aan beide kanten een afbeelding.

Artistieke afbeelding van Tempeliers met rode kruisen die instructie ontvangen van een geestelijke, verwijzend naar de Regel en de orde.