Opgedragen aan Cora van Beek
Een markante vrouw met een eigen verhaal. Hier in haar woning op het Begijnhof Breda – 22 juni 2022 – vlak voor haar ridderslag. Sommige mensen gaan ongemerkt door het leven. Anderen laten hun sporen achter, eenvoudigweg doordat zij zijn wie zij zijn. Cora van Beek behoort tot die laatste groep.
Een eigenzinnige, uitgesproken vrouw, met een bijzondere betrokkenheid bij de stad Breda. Zij kent talloze mensen, onder wie kunstenaars en andere markante persoonlijkheden uit het culturele leven. Ook haar geloof neemt een belangrijke plaats in haar leven. In haar woning op het Bredase Begijnhof kwamen geschiedenis, geloof, kunst en persoonlijke herinneringen samen.
Deze bijdrage is aan haar opgedragen. Aan een vrouw die op haar eigen, bijzondere wijze deel uitmaakt van het verhaal van Breda. Met waardering voor wie zij is, voor wat zij heeft betekend en voor de sporen die zij nog altijd achterlaat.
Cora van Beek — een vrouw om niet zomaar te vergeten.
Sint Begga was een bijzondere vrouw uit de vroege middeleeuwen. Een Frankische edelvrouw, echtgenote, moeder en stichteres van een religieuze gemeenschap in Andenne, in het huidige België. Zij stamde uit een invloedrijke familie en werd een voorouder van Karel de Grote.
Eeuwen na haar overlijden werd zij vereerd als beschermheilige van de begijnen. In oude verhalen wordt zij zelfs hun stichteres genoemd. Toch ligt de geschiedenis iets anders: de begijnenbeweging ontstond pas vele eeuwen na Begga’s dood.
Haar leven vormt een bijzonder verhaal over geloof, familie, macht, verlies en een nieuwe bestemming.
Rond het jaar 620 wordt Begga geboren in een vrome vooraanstaande Frankische familie. Haar vader Pepijn van Landen is een hofmeier van Austrasië; aan het Frankische koninklijke hof. Haar was moeder itta (Isa of Iduberga) van Nijvel. Zij stichte na het overlijden van haar man Pepijn (639/640) meerdere kloosters.
Samen hadden ze 4 kinderen:
Grimoald I – Hij volgde ijn vader op en werd ook hofmeier van Austrasië en speelde een belangrijke politieke rol in het Frankische rijk.
Sint Bavo van Gent – wordt in sommige heiligenoverleveringen eveneens als haar broer genoemd.
Sint Begga van Andenne
Sint Gertrudis van Nijvel – haar jongere zus, beschermheilige van ziekenhuizen.
Een zeer bijzonder vroom gezin waarin het geloof een belangrijke plaats innam, een gezin met 5 heiligen. Vader en moeder en 3 van hun 4 kinderen.
Vader Pepijn van Landen - moeder Ida van Nijvel - Begga en vader Pepijn - Zus Gertruda van Nijvel
Heilige Gertrudis van Nijvel (Landen, 626 - Nijvel, 17 maart 659), ook Geertrui of Gertrud, werd slechts 33 jaar. Ze is de patroonheilige van ziekenhuizen.
Op haar zeer jonge leeftijd van 20 jaar wordt ze door het kapittel tot abdis verkozen. Ondanks haar rijke afkomst, koos ze ervoor om in eenvoud en armoede te leven en schonk haar geld aan de armen. Ook liet ze speciaal een ziekenhuis bouwen, om pelgrims en zieken te kunnen laten rusten en verzorgen.
Gertrudis was enorm devoot. Door haar extreem vasten, nachtenlang bidden en altijd anderen zorgen, raakte haar eigen lichaam uitgeput en overleed ze op 33 jarige leeftijd.
Ze werd ook aangeroepen voor ratten en muizenplagen, daarom zie je bij Gertrudis een muisje.
Jonge heilige Begga deelt aalmoezen uit
👉🏻 Begga trouwde vermoedelijk omstreeks 635–644 met Ansegisel, een Frankische edelman en zoon van Arnulf van Metz. Het huwelijk verbond twee belangrijke families uit het Frankische rijk.
Uit hun huwelijk werd in ieder geval een zoon geboren: Pepijn van Herstal. Sommige latere genealogieën noemen daarnaast Martinus en Clotilde als kinderen van Begga en Ansegisel.
Via Pepijn van Herstal werd Begga een voorouder van een van de bekendste vorsten uit de Europese geschiedenis.
De familielijn loopt als volgt:
Begga → Pepijn van Herstal → Karel Martel → Pepijn de Korte → Karel de Grote.
Begga was dus de betovergrootmoeder van Karel de Grote. Deze familie zou een grote rol spelen in de verdere ontwikkeling van het Frankische rijk en het christendom in West-Europa.
Rond het huwelijk van Begga en Ansegisel ontstond later een bijzondere en tragische overlevering. Haar man Ansegisel vond tijdens een jachtpartij een verlaten jongen. Hij nam het kind mee naar huis, waar Begga en Ansegisel hem liefdevol opnamen en opvoedden. De jongen kreeg de naam Gonduin.
Maar toen Gonduin volwassen werd, zou hij zich tegen zijn weldoeners hebben gekeerd. Hij vermoordde Ansegisel, de man die hem als een eigen zoon had grootgebracht. Daarna zou Gonduin ook Begga voor zichzelf hebben willen opeisen. Hij wilde met haar trouwen en daarmee zijn maatschappelijke positie en macht vergroten.
Begga werd gewaarschuwd voor zijn plannen en besloot te vluchten. Ze vluchtte uit Chèvremont, waar zij verbleef.
Tijdens haar vlucht bereikte zij de rivier de Vesder. Het water vormde een gevaarlijke hindernis. Begga wist niet waar zij veilig de overkant kon bereiken.
Achter haar lag het gevaar waarvoor zij gevlucht was. Voor haar lag de rivier. Zij bad tot God om bescherming en hulp.
Toen gebeurde volgens de overlevering iets bijzonders. Uit het bos verscheen een hert. Het dier liep naar de rivier en stak het water over. Daarbij volgde het een plek waar de rivier ondiep genoeg was om veilig doorheen te lopen.
Begga begreep dit als een antwoord op haar gebed. Zij volgde het hert en wist de andere oever te bereiken. Zo ontsnapte zij aan haar achtervolger.
Symbolisme van het hert
Het hert heeft binnen het christendom ook een bijzondere symbolische betekenis. In Psalm 42 wordt de ziel die naar God verlangt vergeleken met een hert dat dorst heeft naar stromend water:
Zoals een hert verlangt naar stromend water, zo verlangt mijn ziel naar U, o God.
Het dier staat daarmee symbool voor het verlangen naar God, het geloof en de zoektocht naar geestelijk leven. In de legende van Begga krijgt het hert bovendien de betekenis van een wegwijzer en een teken van goddelijke bescherming. Het wonder is afgebeeld in een van de gebrandschilderde ramen van de Sint-Catharinakerk op het Begijnhof in Breda 👆🏻. Zoals alle glas en lood afbeeldingen in deze kaart over Begga.
Begga pias Virgines ad vitam religionis inducit. Vertaald: Sint Begga brengt vrome jonge vrouwen tot het religieuze leven.’
Na het overlijden van haar echtgenoot besloot Begga volgens haar levensoverlevering een bedevaart naar Rome te ondernemen.
Voor een vrouw uit de zevende eeuw was dat een lange en zware reis.
In Rome bezocht zij verschillende belangrijke kerken en heilige plaatsen. Volgens het verhaal maakte vooral het bezoek aan zeven kerken diepe indruk op haar.
In Rome gaat Begga op audiëntie bij Paus Adeodatus II, die van 672 tot 676 paus was. Tijdens haar verblijf in Rome zou Begga hebben besloten haar verdere leven aan God te wijden. Zij wilde niet opnieuw trouwen, maar haar bezittingen en mogelijkheden gebruiken voor het geloof, voor de armen en voor de stichting van een religieuze gemeenschap.
De 7 kerken die zij in Rome had bezocht, zouden later een inspiratiebron worden voor haar eigen stichting in Andenne.
Na haar terugkeer uit Rome vestigde Begga zich in Andenne, aan de Maas, in het huidige België. Hier stichtte zij omstreeks 691–692 een religieuze gemeenschap voor vrouwen. Hier liet zij zeven kerken of kapellen bouwen, als herinnering aan de zeven heilige plaatsen die zij tijdens haar bedevaart in Rome had bezocht.
Zo werd Andenne bekend als de stad van de zeven kerken. De religieuze stichting werd een plaats van gebed, bezinning en gemeenschapsleven.
Voor haar nieuwe gemeenschap kreeg Begga hulp uit het klooster van Nijvel. Dit klooster was opgericht door Begga’s moeder Itta rond 648. Waar Begga’s jongere zus Gertruda ( ✝︎ 659) al op 20 jarige leeftijd abdis werd/ de leiding had. Zo ontstond er een bijzondere verbinding tussen de religieuze gemeenschappen van de twee zussen.
In Andenne richtte Begga zich op het religieuze leven. Ze hield zich bezig met gebed, liefdadigheid en de verzorging van de armen en mensen die hulp nodig hadden. Ondanks haar hoog adellijke afkomst voelde ze zich niet te belangrijk voelde om eenvoudige werkzaamheden te verrichten.
Begga sticht een klooster - Begga ontvangt laatste Sacrement - Begga bron
Sancta Begga monasterium construere curat.
Sint Begga draagt zorg voor de bouw van een klooster.
Begga bracht de laatste jaar van haar leven door in Andenne. Op een van de glas-in-loodramen in de Sint-Catharinakerk (Breda) wordt zij afgebeeld terwijl zij op haar sterfbed de heilige communie ontvangt.
Deze laatste communie wordt het viaticum genoemd, ook wel teerspijze: geestelijk voedsel voor de laatste reis. De stervende hiermee de eucharistie als versterking en voorbereiding op de ontmoeting met God.
Ze werd begraven in haar eigen klooster in Andenne, waar haar herinnering en verering bleven voortleven. Op de plaats van het oude kloostercomplex staat tegenwoordig de Collegiale Sint-Beggakerk (Collégiale Sainte-Begge), gebouwd in de achttiende eeuw.
In deze kerk bevinden zich nog altijd:
* Haar tombe, die bezoekers kunnen bekijken.
* Haar relieken, bewaard in een rijkversierde reliekschrijn uit de zestiende en zeventiende eeuw.
Bij haar kerk is ook een bron, de Sint-Beggabron, waarvan het water bijzondere eigenschappen zou bezitten. De fontein dateert uit 1637
In latere eeuwen werden haar relieken vereerd en kwamen gelovigen naar Andenne om haar voorspraak te vragen. Een oud verhaal vertelt over een bijzondere genezing van een man die door een ernstige verwonding aan zijn hand veel pijn leed. Hij bad tot Sint Begga en bezocht haar graf. Volgens zijn getuigenis werd hij daar van zijn kwaal genezen. Ook werd Begga aangeroepen bij bepaalde ziekten en lichamelijke aandoeningen, onder andere bij hernia’s en ziekten van jonge kinderen.
Sint Begga en de begijnen
Sint Begga wordt vaak genoemd als de stichteres van de begijnen. In oude boeken, schilderijen en kerkramen wordt zij zelfs afgebeeld als de vrouw die de begijnenorde zou hebben opgericht. Maar hier moeten we een belangrijk historisch onderscheid maken. Sint Begga leefde in de zevende eeuw. De eigenlijke begijnenbeweging ontstond pas in de twaalfde en dertiende eeuw. Er liggen dus ongeveer vijf eeuwen tussen haar leven en het ontstaan van de eerste begijnengemeenschappen.
Begga kan daarom niet de rechtstreekse stichteres van de latere begijnenbeweging zijn geweest. Wel werd zij eeuwen na haar overlijden door de begijnen als een bijzondere beschermheilige vereerd. Haar religieuze levenswijze, haar zorg voor anderen en de stichting van een vrouwengemeenschap in Andenne maakten haar tot een voorbeeld waarmee de begijnen zich verbonden voelden.
Komt het woord ‘begijn’ van Begga? Het werd aangenomen dat het woord begijn van haar naam was afgeleid. Maar dat is nog niet 100% bewezen, het kan zijn door de naamsovereenkomst zijn Hoe het ook zij, Begga heeft als hun beschermheilige een belangrijke plaats kreeg binnen de begijnentraditie.
De begijnenbeweging ontstond in de twaalfde en dertiende eeuw in West-Europa, gecentreerd in de gebieden die tegenwoordig België, Nederland en aangrenzende streken vormen. Zij wilden zelfstandig of in kleine gemeenschappen leven, werken, bidden en voor zieken en armen zorgen. Een begijnhof bood vrouwen een beschermde woonomgeving waarin zij een religieus leven konden leiden.
Anders dan kloosterzusters legden begijnen doorgaans geen eeuwige kloostergeloften af. Zij konden onder bepaalde voorwaarden de gemeenschap weer verlaten.
In de bloeitijd bestonden er honderden begijnengemeenschappen. Ze bestonden uit ommuurde begijnhoven met eigen woningen, tuinen en een kerk of kapel. Vooral in de Lage Landen (Nederland, België, Luxemburg en delen van Noord Frankrijk), maar ook: Frankrijk zelf, Duitsland, Engeland, Zwitserland, Tsjechië, Polen, Italië, Spanje en delen van Midden-Europa. Maar ook meer naar het noorden in Denemarken, Noorwegen en Zweden.
Oorspronkelijk had Nederland 17 begijnhoven. Daar zijn nu enkel die van in Amsterdam en Breda Over. Hier gaat ze terug tot 1240. In 1267 kreeg ze eeuwige koninklijke bescherming van Hendrik V van Schoten, heer van Breda.
Het oorspronkelijke Begijnhof lag dichter bij het kasteel van Breda. Toen de omgeving van het kasteel in de zestiende eeuw uitbreidding vereiste, verhuisden de begijnen in 1535 naar de plaats waar het Begijnhof tegenwoordig nog altijd te vinden is. De laatste Bredase begijn overleed in 1990. Hiermee kwam een einde aan een bijzondere geschiedenis van ruim zeven eeuwen.
Op het Bredase Begijnhof staat de Sint-Catharinakerk. In deze kerk bevinden zich prachtige gebrandschilderde ramen uit de late negentiende eeuw, waarin verschillende gebeurtenissen uit het leven van Sint Begga worden uitgebeeld. Die u hier in deze kaart terugziet.
We herkennen onder andere:
Sint Begga was een vrouw uit een machtige familie, maar zij wordt vooral herinnerd om wat zij met haar positie en bezittingen deed: een plaats scheppen waar vrouwen gezamenlijk God konden dienen en voor anderen konden zorgen.
En daarmee bleef haar naam, vele eeuwen na haar overlijden, voortleven.