Godfried van Bouillon
Godfried van Bouillon
Godefroy de Bouillon – Godefridus Bullionensis
Godfried van Bouillon (ca. 1060–1100) was een edelman uit Neder-Lotharingen en een van de belangrijkste leiders van de Eerste Kruistocht. Hij behoorde tot de hoge adel van het Heilige Roomse Rijk en was hertog van Neder-Lotharingen, een titel die hij als leen van keizer Hendrik IV verkreeg.
In 1096 vertrok Godfried naar het Heilige Land. Om die tocht mogelijk te maken, verkocht hij zijn erfelijke graafschap Bouillon — niet zijn leen, maar zijn persoonlijke kernbezit. Daarmee verbrak hij bewust zijn terugweg. Wat volgde, was geen politieke carrière, maar een weg van dienstbaarheid en ontlediging.
Na de inname van Jeruzalem in 1099 werd Godfried unaniem aangewezen als heerser van de stad. Hij weigerde echter de koningstitel. In plaats daarvan aanvaardde hij de benaming
Advocatus Sancti Sepulchri — Beschermer van het Heilig Graf.
Volgens de overlevering sprak hij daarbij de woorden:
“Ik zal geen gouden kroon dragen op de plaats waar mijn Verlosser een doornenkroon droeg.”
Godfried regeerde Jeruzalem niet als vorst, maar als dienaar. Zijn gezag berustte niet op titel of pracht, maar op erkenning. Hij overleed reeds in 1100, slechts één jaar na de verovering van de stad.
Hoewel hij geen Tempelier was, vormde zijn houding — armoede, gehoorzaamheid en bescherming van het heilige — het geestelijke klimaat waarin de Orde van de Tempel later zou ontstaan.