In het Romeinse Rijk was een basilica een publiek gebouw voor rechtspraak, handel en bestuur. Dit type gebouw had een langwerpige vorm met een middenschip en zijbeuken, vaak met een apsis (halfronde nis) aan het einde waar de rechter zat. Toen het christendom opkwam, werden deze basilica’s gekopieerd als sjabloon voor kerken, omdat ze groot, statig en geschikt waren voor samenkomsten.
In 326 – 360 liet keizer Constatijn de Sint-Pieter bouwen. Dat was de eerste Christelijke basilica, geïnspireerd op de romeinse gerechtsgebouwen qua vorm. Maar altijd bedoeld als Kerk. De basilica werd gebouwd op de Vaticaanse heuvel: de plek waar Pertus begraven ligt. (Hij liet ook nog een grote basiliek bouwen voor Sint Paulus op de weg naar Ostia)
De vorm van zo’n basilica symboliseerde “orde” en “autoriteit”. Oorspronkelijk bij het gerechtsgebouw van de keizer, maar bij de Kerk was het de orde en autoriteit van Christus.