Johannes bij de Tempeliers

De Tempeliers vereerden God alleen, maar oriënteerden zich in hun geestelijke leven nadrukkelijk op Johannes, Maria en Maria Magdalena.

Niet omdat zij meer vereerd werden, maar omdat zij belichaamden wat de Tempeliers zijn: nabijheid zonder macht, trouw zonder bezit en ontvankelijkheid zonder toe-eigening.                                                                  Hier lichten we Johannes toe.

Je ziet vaak Johannes tegen de borst van Jezus. Door onze ogen – anno nu – is dit een innig beeld, lichamelijke intimiteit. Johannes leunt aan Jezus borst. In de middeleeuwen (en daarvoor) had dit een andere inhoud/ lading. Toen betekende dit beeld een innerlijke afstemming. Johannes ontvangt. Het is rusten IN Jezus, geestelijke ontvankelijkheid.

Johannes is de leerling die Jezus liefhad. Daarmee wordt niet bedoeld: favoriet in de zin van voortrekken, emotionele exclusiviteit of menselijke voorkeur. Maar dat Johannes is de leerling die het diepst ontvankelijk is voor het Woord.                                                                                                                                    Johannes is de leerling die waakt, blijft en het uithoudt tot onder het kruis !

Deze beide houdingen vinden een duidelijke parallel in de spiritualiteit van de Tempeliers, die zich niet zagen als verkondigers of machthebbers, maar als wachters bij het heilige — nabij, maar zonder toe-eigening.

Nabijheid door trouw, ontvankelijkheid en waken, niet door macht, voorkeur, bezitten, of  heersen. Dat is een theologische houding.

Tempeliers dito: Jezus blijft centraal, dragend. Tempeliers zijn ontvankelijk van zijn leer, trouw en waken EN BEwaken. Gaan niet voor macht, bezitten en heersen.                                    

Anno nu is dit beeld van de Tempeliers compleet weg. Anno nu zijn we louter met strijd verbonden. Amper met verbondenheid, bidden en spiritualiteit. (wat anno nu ook al op zichzelf een zweverig begrip is geworden)

Emotie is anno nu gewantrouwd, omdat het je kwetsbaar maakt. Kwetsbaarheid is in deze tijd gevaar. Nabijheid wordt gezien als zwakte.

Daarom zien we Tempeliers nu voor 95%  vechtend en 5% biddend. Terwijl we in de middeleeuwen juist 95% op ons knieën aan het bidden waren en slechts 5% van de tijd vochten. Een Tempelier vecht niet voor God, maar vanuit God.

Achter de strenge regel van de Tempeliers schuilt een diepe, ingetogen vroomheid:
geen afstand tot Christus, maar leven in Zijn nabijheid — zoals Johannes rust aan Zijn borst.

De titel Christ the Bridegroom kan voor een hedendaagse kijker vragen oproepen. In de oosters-orthodoxe traditie verwijst “Bruidegom” echter niet naar romantische of persoonlijke intimiteit, maar naar verbondstaal. Christus wordt de Bruidegom genoemd omdat Hij zich in trouw en zelfgave verbindt met de mensheid en met de Kerk. Deze beeldtaal, geworteld in het Evangelie, drukt geen menselijke relatie uit, maar een geestelijke werkelijkheid: nabijheid zonder toe-eigening, liefde zonder bezit, trouw tot in het lijden.                                                                                                                                                      Ofwel Christus is de bruidegom en de Kerk en de mensheid zijn de bruid.