Vervolg van de 40 dagen….
Na de beproevingen in de woestijn. Pas dan… komen de engelen. Niet luid, niet zichtbaar voor iedereen, maar aanwezig. Zij dienen Hem. Vanaf dat moment…begint de weg naar buiten. Wat in stilte gevormd werd, treedt nu naar voren. Niet om te tonen wie Hij is… maar om te brengen wat Hij draagt……het Hemelse Koninkrijk van God.
Niemand zag Hem uit de woestijn komen. Toch komt Hij niet uit het niets, maar tussen de mensen, langs wegen, in dorpen, in gesprekken. Niet aangekondigd, maar herkend. In de komende jaren onderwijst, leert én geneest Hij mensen en trekt Hij rond. Zo ontstaat er een groeiende groep: volgelingen en discipelen. Daaruit koos Hij gaandeweg 12 apostelen.
Dan komt er een moment dat alles samenvalt. Met Pesach in aantocht besluit Hij om naar Jeruzalem te gaan.
Het is geen toeval dat Hij nu gaat. Niet te vroeg — want wat moest groeien, is gegroeid.
Niet te laat — want wat op scherp stond, kon niet meer blijven.
Voor wat gezegd is, wat gevormd is, wat zich aandient.
Onderweg naar Jeruzalem. En Hij is niet alleen, mensen die Hem volgden, zijn apostelen.
Mensen in Jeruzalem stonden daar niet te wachten alsof het aangekondigd was. Niet omdat iemand had gezegd: vandaag komt Hij. Niets gepland, niets als: we gaan allemaal langs de weg staan, want vandaag komt de Messias.
De stad was vol, het was bijna Pesach. Dus duizenden pelgrims, drukte, verwachting hangt in de lucht. Mensen kwamen en gingen.
Maar ergens onderweg…begon het zich te verspreiden. Hij is daar. Hij komt deze kant op.
Eerst een paar, dan meer. Stemmen gaan rond, gezichten draaien.
En ineens…is het geen gerucht meer. Maar een moment.
Ze herkennen Hem niet omdat ze zeker weten, maar omdat ze hopen. Omdat alles in hun zegt: dit kan Hem zijn. De Messias, de Verlosser.
Niet gepland. Niet georganiseerd. Maar gedragen door verwachting.
Jezus had ondertussen 2 van zijn discipelen erop uitgezonden voor een ezelin met haar veulen te halen, in het dorp dat voor hen ligt.
Zo rijdt hij op de ezel Jeruzalem binnen…..mensen juichen hem toe “Hosanna”. Ze leggen hun mantel neer, zodat Hij erover heen kan gaan. Dat doen ze niet toevallig. Een mantel is wie je bent – je legt jezelf neer. Ze maken de weg vrij – niet zomaar een gebaar.
Ze wijven met palmtakken. Zo halen ze Jezus met lof en eer binnen als hun Messias.
Bovenste tekst:
**“Incipit postilla super evangelia. Et primo dominica
sumitur litterale sensum iuxta concordantias
evangelistarum.Dominica prima adventus Evangelii
secundum Matthaeum. XXI.
In illo tempore. Cum appropinquassent Hierosolymis
et venissent Bethphage ad montem Oliveti: tunc
misit duos de discipulis suis, dicens: Ite in castellum
quod contra vos est…”**
Vertaling:
**“Hier begint een uitleg (postille) op de evangeliën.
En eerst wordt de zondag genomen in haar
letterlijke betekenis, volgens de overeenstemming
van de evangelisten. De eerste zondag van de
komst van het evangelie volgens Mattheüs,
hoofdstuk 21.
In die tijd. Toen zij Jeruzalem naderden en bij
Bethfage kwamen, bij de Olijfberg, zond Hij twee
van zijn leerlingen uit en zei:
Ga naar het dorp dat tegenover jullie ligt…”**
Onderste tekst:
“In illo tempore.
Cum appropinquassent Hierosolymis et venissent Bethphage ad montem Oliveti: tunc misit duos de discipulis suis, dicens:
Ite in castellum quod contra vos est…”
Vertaling:
“In die tijd.Toen zij Jeruzalem naderden en bij Bethfage (dorpje bij Jeruzalem) kwamen, bij de Olijfberg (plek van de overgang-letterlijk én symbolisch), zond Hij twee van zijn leerlingen uit en zei:
Ga naar het dorp dat tegenover jullie ligt…”. dit komt rechtstreeks uit Mattheüs 21
<< Dit is een incunabele. Dat is een van de eerste gedrukte boeken, ontstaan in de begintijd van de boekdrukkunst, vóór het jaar 1500. Ze markeren de overgang van handgeschreven manuscripten naar gedrukte teksten.
Ruw van vorm, maar van onschatbare waarde voor de verspreiding van kennis en geloof.
Hij gaat de stad binnen. Recht naar de tempel. Niet om te rusten. Maar om te confronteren.
Dit is geen einde. Dit is het begin….van een confrontatie. Daar jaagt hij de handelaars weg: de Tempelreiniging.
En ergens in die menigte… ligt al de stilte van wat komt. Want dezelfde stemmen die vandaag roepen: Hosanna roepen later: Kruisig Hem !
De mens verwelkomt, maar begrijpt het niet en keert zich om.
Het had buiten de religieuze, ook culturele aspecten. Het begon met een mis.
Priesters droegen gewaden in de traditionele kleur van de liturgie: dat was paars of rood. Paars weerspiegeld het koninklijke en rood het lijdende bij de intocht van Jezus.
In deze mis werden ook de Palmtakken, of takken van wilgenbomen gezegend (destijds waren er niet zoveel Palmtakken in Europa te vinden).
De intocht werd met een processie nagebootst, met plechtige rituelen.
De apostelen hadden hun jassen uitgedaan en op de ezel gelegd, zodat Jezus op hun mantels kon zitten.
Aan de kant stonden mensen te wuiven met Palmtakken of wilgentakken.
Ze legden ook hun jassen of mantels op straat, zodat de ezel eroverheen kon lopen.
Dat is een teken van nederigheid en geven ze eer aan Jezus die de Goddelijkheid is.
Ze zongen vol vreugde: “Hosanna in den Hoge ! hosanna de Zoon van David ! Gezegend
Hij die komt in de naam van de Heer” Mattheüs 21:9
Ook knielen en buigen ze voor hun Messias.
Daarna waren er ook kleine toneelstukjes over de komende lijdensweg van Jezus.
Het gewone volk had geen geld voor onderwijs. Alleen de rijken konden het zich permitteren om Latijns te leren lezen en schrijven. Dus via kleine toneelstukjes kon het volk leren over Jezus zijn lijdensweg en wisten ze wat er ging gebeuren.
Palmzondag is een dag vol betekenis. Veel mensen zien een feestelijke intocht: Jezus die Jeruzalem binnenrijdt op een ezel. Hosanna. Mantels op de weg. Het verhaal lijkt rond. Maar wat bijna niemand zit is wat daaronder ligt.
Palmzondag is geen zachte intocht…..Het is het begin van een confrontatie.
de ezel
zijn namelijk twee dieren: een ezelin en haar jong. (Dat zie je ook op de incunabele – het jong eet) Dit is niet zomaar: het symboliseert dat hij voor 2 werelden komt. Hij niet alleen komt voor één volk,
maar ook voor wat nog komen zou => de volken/heidenen. Een brug tussen beiden.
Een koninklijke intocht, maar dan andersom. Normaal komt een koning op een paard binnen, met machtsvertoon, met een groot leger, imponerend. Dus de mensen zien een koning. Maar niet zoals hij komt.
Geen leger.
Geen macht.
Geen vertoon.
Jezus komt op een ezel: dit is niet zwak, maar bewust: Het verwijst naar de profetie van Zacharia: “Zie, uw koning komt tot u, zachtmoedig, rijdend op een ezel…” 👉 Hij claimt koningschap — maar op een manier die niemand verwacht.
Palmtakken
Hier, in het noorden, waren die er niet. Daar gebruikte men wat men had: buxus, wilg, jonge takken.
Het gaat dus niet om de boom. Maar om wat het betekent. Overwinning. Koningschap. Palmtakken staan symbolisch voor overwinning – koningschap – martelaarschap.
Maar ook… het lijden dat nog komt.
Daarom is een palmtak die je bij een Heilige ziet: een teken van martelaarschap.
En wist je dat de palmtakken van dit jaar het hele jaar bewaard werden? Om ze volgend jaar voor aswoensdag te verbranden: met dàt as krijg je een kruisje op je voorhoofd.
Hosanna
Niet te verwarren met Halleluja.
Ze roepen: Hosanna. Wij horen daar een jubel in. Maar het betekent: “Red ons. Verlos ons alstublieft Nu.”
Een roep. Een verlangen. Een noodkreet… vermomd als vreugde.
Hosanna is in het Hebreeuws: הוֹשִׁיעָה נָּא Hoshia na. In het Aramees, de omgangstaal: Hosanna. In het Grieks (Nieuwe Testament): ὡσαννά hōsanna. Daarna werd het door alle christelijke talen overgenomen
Dit wordt gezongen op Palmzondag. Dat is de zondag voor Pasen.
Hij wordt toegejuicht door uitbundige mensen die Hem toezingen: “Hosanna in den Hoge”. “Hosanna de Zoon van David ! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer” Mattheüs 21:9
In de loop der eeuwen is dat ook omgebuigd naar de betekenis van een jubelroep: Hosana in den Hoge. In het Latijns: in exelsis Deo. “Lof aan God in den Hoge” in de hoogste Hemel.
Hosanna heeft dus een dubbele betekenis: een smeekbede, maar ook een kreet van hoop, verlossing en aanbidding.
Mantels op de grond
Ook dat de apostelen hun jassen op de ezel hadden gelegd. Dit is een eerbetoon aan degene -Jezus- die eroverheen gaat.
Het klinkt in onze tijd wat gek, maar je jas/ mantel laat zien wie je bent. Een “privé”-jas, die kies je naar jouw smaak. Zo wil jij eruitzien, zo wil jij je identificeren. Dat klinkt misschien wat apart.
Of stel je eens voor: dat je van kleding zou wisselen met iemand die je niet kent: dat voelt erg ongemakkelijk. Je bent namelijk die ander niet.
We kunnen het (tegenwoordig) beter voorstellen als we bedrijfskleding aanhebben. Of een tenue van een sport/hobbyclub. We laten dan aan de kleding zien, waar we bij horen. Bij welke club, hobby, vereniging, werk je zit. Als je je tenue aanhebt: ziet iedereen direct: jij hoort bij die en die. Je bent ook benaderbaar als waar je bij bent. Het dwingt dus ook respect af.
Trek je je jas/ tenue uit: dan hoor je daar niet meer bij. Ben je niet meer “beschermd” door die identiteit. Je staat erbuiten, kwetsbaar. Je kan je zelfs wat ongemakkelijk, of zelfs onveilig voelen. Als je denkt aan mensen in een beschermend beroep. Zoals brandweerman. En ook beroepen die juist beschermingskleding vereisen.
Dit doet denken aan wat we lezen in de brief aan de Filippenzen:
Hij hield zijn gelijkheid met God niet vast, maar legde zichzelf af en werd mens onder de mensen. Hij legt de mantel af en daarmee zijn eigen identiteit. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid van God niet vast. Doordat Hij zijn mantel uitdeed.
Nu was Hij als MENS onder de mensen. Hij liet op geen enkel moment zijn Goddelijkheid zien. Hij liet zich niet door zijn Goddelijkheid beschermen. Hij ging het lijden waar hij doorheen moest niet uit de weg. Hij deed het als MENS.
Ze zeggen ook wel eens: kleding maken de mens. Ben je mooi en deftig gekleed, voel je je heel anders als thuis in je huispakje. Of als je je verkleedt, voor carnaval, of een toneelstuk. Dan voel je dat je die persoon bent. Heel anders als je je eigen kleding aanhebt.