header slag bij Nicea

slag bij Nicea

 

Slag bij Nicea mei t/m juni 1097. Het is eigenlijk beter om dit een belegering te noemen en geen veldslag.

Het verschil van een belegering en een veldslag is:
Een veldslag is een groot gevecht tussen twee legers of strijdmachten, meestal op of rond een bepaald terrein. Denk aan Dorylaeum: twee legers treffen elkaar en proberen elkaar militair te verslaan.
Een belegering is iets anders: dan ligt een leger rondom een versterkte plaats — een stad, kasteel of vesting — met als doel die plek tot overgave te dwingen of in te nemen. Dat kan door voedsel af te snijden, muren te beschadigen, aanvallen uit te voeren, tunnels te graven, enzovoort. Nicea is daar een goed voorbeeld van.

Ofwel: bij Dorylaeum ( 1 juli 1097) was eigenlijk de eerste grote open veldslag. Al met al was Nicea de eerste grote militaire operatie die ook een grote overwinning was.
Even tussendoor: mei + juni Nicea – 1 juli Dorylaeum….145 km – volle bepakking = ook geen wellness weekje…..

Terug naar de belegering van Nicea.
Nicea, het huidige İznik in Turkije, was in 1097 de hoofdstad van het Seltsjoekse Sultanaat van Rûm en lag in Bithynië, in Klein-Azië. De stad was vroeger Byzantijns gebied geweest en had daardoor grote betekenis voor keizer Alexius I van Byzantium. Voor hem was de herovering van Nicea niet alleen strategisch belangrijk, maar ook een herstel van verloren Byzantijns grondgebied.
Toen de legers van de Eerste Kruistocht Constantinopel bereikten, ontstond een moeizame samenwerking tussen de kruisvaarders en keizer Alexius. De kruisvaardersleiders moesten beloven dat gebieden die vroeger Byzantijns bezit waren en tijdens de kruistocht werden heroverd, opnieuw onder Byzantijns gezag zouden komen.

Nicea werd vervolgens het eerste grote gezamenlijke doel.
Het grootste deel van het kruisvaardersleger verzamelde zich voor de stad. Volgens de oude bron uit het feuilleton bestond het leger uit ongeveer 60.000 mannen te voet en 10.000 ruiters, zonder vrouwen, kinderen, priesters, knechten en andere meelopers mee te rekenen.

kaart Byzantië
detail kaart Byzanië
belegering van Nicea

De belegering duurde 52 dagen, van mei tot juni 1097.

Nicea was moeilijk in te nemen. De stad beschikte over sterke verdedigingsmuren en lag aan een meer. Via het water kon zij worden bevoorraad, waardoor de verdedigers lange tijd stand konden houden.
Sultan Kilij Arslan probeerde Nicea te ontzetten. Hij trok met zijn troepen naar de stad en kwam buiten de muren in gevecht met de kruisvaarders. Zijn poging mislukte en hij werd teruggedreven.

Hierna werden de afgehakte hoofden van gedode Turkse strijders zichtbaar tentoongesteld en volgens kruisvaartbronnen ook over de muren van Nicea geworpen. Daarmee wilden zij de verdedigers laten zien dat het ontzettingsleger verslagen was en hen angst aanjagen. (zie titelafbeelding en uitleg onderaan.)

Keizer Alexius I

De stad wordt aan de kruisvaarders voorbij ingenomen .

👈🏻  Ondertussen speelde keizer Alexius echter zijn eigen zelfzuchtig spel.

De kruisvaarders belegerden Nicea vanaf het land, maar de stad kon via het meer nog worden bevoorraad. Alexius liet daarom Byzantijnse schepen over land naar het meer vervoeren. Toen deze schepen op het water verschenen, werd ook die laatste bevoorradingsroute afgesloten

Tegelijkertijd liet Alexius in het geheim onderhandelen met de Turkse verdedigers van Nicea. Zijn vertegenwoordiger Manuel Boutoumites bood hun gunstige voorwaarden wanneer zij de stad niet aan de kruisvaarders, maar rechtstreeks aan de Byzantijnen zouden overgeven. Zij kregen bescherming en er werden toezeggingen gedaan over hun behandeling.
Voor de verdedigers was dat aantrekkelijk. Wanneer de kruisvaarders de stad met geweld zouden innemen, konden plundering en bloedvergieten volgen. Overgave aan Byzantium bood een veel veiliger uitweg.
Daarom bereikten de Byzantijnen en de verdedigers een afzonderlijke overeenkomst.
Op de ochtend waarop de kruisvaarders opnieuw een aanval op de muren uitvoerden, bleek plotseling dat Byzantijnse troepen de stad al hadden overgenomen. Op de muren verschenen de keizerlijke Byzantijnse vaandels. Nicea was gevallen — maar niet in handen van de kruisvaarders.

                               👆🏻 De slag van Nicea 1097 van Gustave Doré in 1877
En die hemelse stoet boven het slagveld is typisch Doré: als een bijna visionair, religieus tafereel.
Een lichtende hemelse macht — helemaal vooraan een gewapende ruiter met schild te zitten, met daar hoog boven dat enorme kruis. Daarachter volgen tientallen lichtende figuren. Het is dus meer dan één engel — Doré maakt er een hemels kruisvaardersleger van.
Dat contrast is eigenlijk briljant: de aardse kruisvaarders beneden in hun gruwelijke, aardse strijd — doden, paarden, wapens, chaos. Het hemelse tegenbeeld erboven, de strijd staat onder het teken van het kruis en de overwinning vanuit de hemel wordt bekrachtigd.

De kruisvaarders hadden wekenlang gevochten en verliezen geleden, maar kregen geen gelegenheid de stad zelf binnen te trekken en te plunderen. Voor hen voelde het alsof Alexius de overwinning op het laatste moment voor hun neus had weggehaald.
Vanuit Byzantijns standpunt lag dat anders. Nicea was immers voormalig Byzantijns gebied en de kruisvaardersleiders hadden beloofd zulke gebieden aan Alexius terug te geven. Bovendien voorkwam de overeenkomst waarschijnlijk een bloedige bestorming van de stad.
Juist hier wordt zichtbaar hoe verschillend de belangen van beide bondgenoten waren. Zij vochten tegen dezelfde vijand, maar deden dat niet om precies dezelfde reden.
Ook de echtgenote en kinderen van sultan Kilij Arslan kwamen in Byzantijnse handen en werden beschermd. Zij werden niet aan de kruisvaarders overgeleverd.
Daarmee werd de inname van Nicea de eerste grote overwinning van de Eerste Kruistocht.
De belegering laat tegelijkertijd zien hoe ingewikkeld de samenwerking tussen Byzantium en de westerse kruisvaarders was. Zij vochten op dat moment tegen dezelfde vijand, maar hun belangen waren niet volledig hetzelfde. De kruisvaarders wilden hun tocht naar het Heilige Land voortzetten; keizer Alexius wilde vooral de voormalige Byzantijnse gebieden terugwinnen.

Ook het schoonschriftschriftje uit 1705 vormt nog een interessante bron voor deze episode. Op bladzijde 35 tot en met 38 wordt de belegering van Nicea beschreven. De transcriptie, vertaling en uitleg van deze bladzijden zijn terug te vinden in het feuilleton op de website.Nicea werd daardoor niet alleen een militaire overwinning, maar ook een eerste duidelijke proef van de samenwerking tussen Oost en West tijdens de Eerste Kruistocht. Zij toont ook hoe diplomatie, politiek, onderhandeling en eigenbelang (hier van keizer Alexius) vanaf het begin een belangrijke rol speelden binnen de Eerste Kruistocht. Zie card < zonder orde>

schoonschrift schriftje uit 1705

Na Nicea vervolgden zij hun weg in de richting van Syrië, richting Dorylaeum.

Vooruitblik op de veldslag van Dorylaeum en waarom die heel belangrijk was en een belangrijke les was:
Na Nicea trokken de kruisvaarders verder Anatolië in. Het leger bewoog in verschillende colonnes, en bij Dorylaeum liep vooral de voorste groep — onder anderen Bohemund — tegen de Seltsjoeken van Kilij Arslan aan. Die vielen snel en beweeglijk aan, vooral met ruiterboogschutters. Dat was voor de West-Europese ridders en voetknechten een heel andere manier van oorlog voeren dan zij gewend waren.

De kruisvaarders werden aanvankelijk zwaar onder druk gezet. Ze vormden een verdedigende positie rond hun kamp en moesten urenlang standhouden. En juist dát is belangrijk: ze braken niet. Ze hielden de linies dicht genoeg bij elkaar om niet volledig uit elkaar geslagen te worden.

Toen bereikten andere kruisvaarderscontingenten – onder meer die van Godfried en Raymond – het slagveld. Daardoor veranderde de situatie. De Seltsjoeken kregen ineens niet meer één geïsoleerde groep tegenover zich, maar een veel grotere samengekomen macht. Uiteindelijk werden ze teruggedrongen.

Waarom Dorylaeum belangrijk was:
• het was de eerste grote open veldslag van de Eerste Kruistocht;
• de kruisvaarders bewezen dat ze niet alleen steden konden belegeren, maar ook een mobiele vijand in open terrein konden weerstaan;
• de slag gaf hun enorm veel zelfvertrouwen;
• na Dorylaeum lag de route verder Anatolië in veel meer open.

En er zit ook een mooi militair lesje in: ze wonnen niet omdat alles perfect liep. Integendeel. De voorhoede zat eerst behoorlijk in de problemen. Ze wonnen uiteindelijk omdat ze standhielden tot versterking kwam.

Dat leest u in detail in de veldslag van Dorylaeum.

Kort gezegd:
Nicea = eerste grote gezamenlijke christelijke militaire operatie en overwinning
Dorylaeum = eerste grote open veldslag

Miniatuur belegering van Nicea

👈🏻 de belegering van Nicea en het wegschieten van afgehakte hoofden.

Deze miniatuur werd in de 13e eeuw gemaakt door een anonieme verluchter, als illustratie bij de Oudfranse overlevering van de kroniek van Guillaume de Tyr.

Guillaume de Tyr was de beroemde kroniekschrijver en aartsbisschop van Tyrus, en hij was nauw betrokken bij Boudewijn IV, de melaatse koning van Jeruzalem, onder meer als zijn leermeester in diens jeugd.

Boven staat: Mout furent en grant volente trestuit des estraines de leur guerre bien emploier; et mout desirroient si hautement emprendre leur premier fet que toutes autres genz les en doutassent.

Vertaling: De kruisvaarders wilden bij hun eerste gezamenlijke militaire optreden meteen zo indrukwekkend en krachtig uitvoeren, dat andere volken voortaan ontzag en vrees voor hen zouden hebben

Onder staat : De la cite de Nique sachiez quele fu desouz larceveschie de Nicomede; mes li Empereres Costantins la fist oster du pooir a cel arcevesque et fu exemte por enneur de ce que li primerains des quatre granz conciles avoit iluec sis.

Vertaling: Wat de stad Nicea betreft, moet u weten dat zij onder het aartsbisdom Nicomedia viel. Maar keizer Constantijn onttrok haar aan het gezag van die aartsbisschop en verleende haar een bijzondere status, ter ere van het feit dat daar het eerste van de vier grote concilies had plaatsgevonden.

Daarna gaat Guillaume de Tyr verder over het Concilie van Nicea, Arius en de 318 kerkelijke leiders die daar bijeenkwamen. Nicea was voor hem dus niet alleen militair belangrijk; hij stopt het oorlogsverhaal even om de christelijke geschiedenis van de stad uit te leggen