Tempelierskleding

Het gedragen kruis


De Orderkleding van de Tempeliers bestond uit een eenvoudige tuniek en voor de geprofeste ridders: de iconische witte mantel met het rode kruis. Wit voor: 

  • Zuiverheid van leven (puritas)
  • Reinheid van hart
  • Waarheid
  • Licht van Christus
  • Opstanding en nieuw leven
  • Toewijding aan God

Bernardus van Clairvaux, die een grote invloed had op de Tempeliers, zag de witte mantel als een zichtbaar teken dat een ridder niet alleen van buiten, maar vooral van binnen zuiver moest willen leven. Niet omdat hij volmaakt was, maar omdat hij zijn leven aan God had toegewijd.
Het wit zegt niet: “deze ridder is zonder zonde.” Maar: “deze ridder streeft ernaar in zuiverheid en trouw te leven.”

En dan komt het rode kruis. Dat vormt eigenlijk één geheel met het wit.

  • Het witte kleed → vrede, zuiverheid, trouw.
  • Het rode kruis → liefde, opoffering, moed en het bloed van Christus.

Dus symbolisch zou je kunnen zeggen:

De witte mantel laat zien wie de ridder wil zijn.

Het rode kruis laat zien aan Wie hij toebehoort.

Onze kleding was geen versiering of uniform, het is een zichtbaar teken van hun roeping en geloften.
(Geprofeste = van het Latijns professio = een openbare belijdenis of gelofte afleggen. Een gelofte van armoede – kuisheid en gehoorzaamheid.)

De plaats van het rode kruis is niet zomaar lukraak. De plaats van het rode kruis heeft betekenis in verschillende lagen.
Op de tuniek dragen we een groot rood kruis op de borst. Knal in het zicht, je kan er niet omheen. Het kruis is niet zomaar een embleem. Het staat voor:
• Christus
• de roeping
• de belofte
• het offer
• de Heer die vóór je uitgaat.

Daarom draagt een ridder het kruis op de borst. Omdat we zeggen: “mijn hart behoort Christus toe.” Het kruis ligt dus letterlijk boven het hart. Dat is veel meer dan een versiering.

Opnemen in de orde

Voor een Tempelier komt daar nog een extra lading bij. Een Tempelier is geen gewone soldaat. Hij is ridder én monnik. Zijn mantel is een religieus kledingstuk. Het kruis op de borst zegt eigenlijk iedere dag opnieuw: “mijn hart is aan Christus gegeven.”
Niet: “Ik hoor bij een club.”
Maar: “Ik behoor Hem toe.”
Wat aansluit met de visie van Bernardus: het hart, gehoorzaamheid, Christus vóór ogen houden.

De voorkant staat ook voor: dat wat je aan God aanbiedt. 

Dus:  je gezicht • je handen • je borst • je hart.

Dat is waarmee je:  bidt • ontvangt  • dient • liefhebt.

Daar hoort het kruis, omdat het hart de plaats van de toewijding is. Een Tempelier zegt niet: “Kijk eens hoe groot mijn kruis is.” Maar: mijn hart is van de Heer, het behoort Hem toe, staat in dienst van Hem.

Een ridder draagt zijn kruis vóór zich, omdat:
• daar zijn hart klopt;
• daar zijn eed leeft;
• daar Christus wordt gevolgd.
Een Tempelier droeg het kruis niet om gezien te worden. Hij droeg het om iedere dag opnieuw te herinneren aan Wie zijn hart toebehoorde.

Met het zwaard verdedigde hij anderen. Met het kruis herinnerde hij zichzelf. Een ridder droeg zijn zwaard aan zijn zijde, maar zijn kruis boven zijn hart.

ZEKER NIET aan de achterkant, NIET op je rug: als je iemand de rug toekeert…..dan wil je niet dat juist dáár het teken van Christus staat. Een kruis op de rug: kan er spectaculair uitzien, maar is totaal niet middeleeuws en nog erger: respectloos.
Geen middeleeuwse wet, maar een spirituele houding.

Christi Sum
Ik behoor tot Christus, ik dien Christus.
Dan het kruis op de linker schouder/bovenarm. Dat heeft meerdere lagen.

1. Het hart is aan de linkerzijde. Ook in de middeleeuwen werd de linkerzijde van het lichaam sterk verbonden met het hart. Niet zo direct als op de borst, maar nog steeds aan de zijde van de toewijding. Het zegt eigenlijk: “Ook mijn kracht staat in dienst van Christus.”

2. Het is de arm waarmee je dient. Een ridder dient niet alleen met zijn hart, hij dient ook met zijn armen. Met zijn handen beschermt hij. Met zijn armen tilt hij. Met zijn schouders draagt hij lasten.
Daarom is de schouder een prachtig symbool. Het is de plaats waar je verantwoordelijkheid draagt.
Zoals Christus zegt: “Neem uw kruis op…” Dat is geen loze kreet, maar een regelrechte opdracht. 

3. De mantel is een religieus gewaad. Bij de Tempeliers is de mantel geen uniform. Hij is een religieus kledingstuk. Daarom wordt het kruis niet willekeurig ergens opgezet. De plaats heeft betekenis. Op de linkerzijde wordt het kruis zichtbaar zodra de ridder zich naar iemand toekeert. Hij hoeft zijn zwaard niet te trekken om te laten zien Wie hij dient. Zijn mantel vertelt het al.

4. De eed. Wanneer een ridder zijn eed aflegt…legt hij zijn rechterhand af op de Bijbel en/of op het kruis. Zijn linkerschouder blijft ook dan steeds zichtbaar. De mantel zegt dus continue: “deze man heeft zijn woord gegeven.” Niet alleen met zijn mond; met zijn hele leven.
Het kruis werd niet gedragen om te laten zien hoe sterk de ridder was. Het werd gedragen op de plaats waar de ridder moest onthouden voor Wie hij sterk hoorde te zijn.

Bernardus van Clairvaux schrijft voortdurend over het innerlijk. Niet over uiterlijk vertoon. Daarom is een kruis op de linker bovenarm nooit bedoeld als decoratie.
Maar als een voortdurende herinnering. Niet aan anderen. Aan jezelf. Bernardus zou het waarschijnlijk zó gezegd hebben.”Met het zwaard verdedigde hij anderen. Met het kruis herinnerde hij zichzelf.”
Het hart gelooft – de arm handelt – het kruis verbindt beide.

Als je kijkt naar moderne Tempeliers kleding zie je veelal rode kruizen op de rug. En daaraan kan je precies het onderscheidt zien van “ik wil gezien worden” (schreeuwen) en eerbied voor Christus (geloof belijden). Want Tempeliers DRAGEN GEEN KRUIS OP DE RUG ! NOOIT !

Waarom geen kruis op de rug? De rug heeft symbolisch een andere betekenis. Je rug keren betekent: zich afwenden; verlaten; niet meer volgen. Dat is “Iemand de rug toekeren.” Dat betekent: “Ik keer mij van jou af.” Dat doe je niet met een Heilig teken als het kruis. Wij keren ons juist niet af van onze Heer.
Al is er voor zover we uit middeleeuwse bronnen weten, geen algemene regel uit de Tempelorde die zegt: “Het kruis mag nooit op de rug gedragen worden omdat je God je rug niet mag toekeren.”
Dat kom je in de originele regels van de Orde niet tegen. Maar de symboliek van dat je God de rug niet mag toekeren is en wordt wel gebruikt.

Een kruis op de borst……dat is geen kledingvoorschrift.
Het is een belijdenis.
Een kruis op de linkerarm……dat is geen versiering.
Het is een herinnering.
En een kruis op de rug……dat voelt daarom zo verkeerd.
Niet omdat er ergens een regeltje uit 1147 staat. Maar omdat de hele symboliek van de Orde zegt:
“Mijn hart, mijn kracht en mijn blik zijn op Christus gericht.”

Dat is zoveel sterker dan een wet.
Dat is een levenshouding.

Het kruis op de linkerzijde herinnert de ridder eraan dat ook zijn kracht, zijn arbeid en zijn schouder niet van hemzelf zijn, maar in dienst staan van Christus. Het hart gelooft. De arm handelt. Samen vormen zij de eed van de ridder.

Niet aan ons, o Heer, niet aan ons, maar aan Uw naam geef de eer.

Non Nobis