Met de woorden die Jezus tot hen had gesproken voor de Hemelvaart echoën nog na in hun hoofd, gaan ze terug naar Jeruzalem.“Ga niet weg uit Jeruzalem, maar wacht op de belofte van de Vader. Jullie zullen kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over jullie komt.”
Wie waren die leerlingen allemaal: dat waren niet enkel de overgebleven 11 apostelen. Bij de apostelen waren ook enkele vrouwen, Maria, de moeder van Jezus, andere familieleden van Jezus en andere volgelingen. Het zou een groep van ongeveer 120 mensen zijn.
Maar de leerlingen hebben geen idee wat deze woorden van Jezus precies inhouden. De leerlingen blijven bij elkaar – ze bidden, voor op wat komen gaat. Maar wat gaat er komen? Ze hadden toen geen datum, tijd, uitleg, draaiboek, of beschrijving hoe die “kracht” eruit zou zien. De leerlingen zitten eigenlijk:
• tussen afscheid en begin,
• tussen aarde en hemel,
• tussen angst en moed,
• tussen begrijpen en niet begrijpen.
Dat wachten is dus geen passief “bankhangen”. Het is leven in vertrouwen zonder controle. Ondertussen speelt er nog iets. De apostelen zijn niet meer met z’n 12-en….
Een hogepriester die ceremonieel zijn borstplaat met de 12 edelstenen ontvangt als teken van heilige dienstbaarheid.
De borstplaat (choshen) droeg de namen van de 12 stammen van Israël dicht bij het hart — als teken van verantwoordelijkheid, dienstbaarheid en verbondenheid tussen God en Zijn volk.
Petrus verwelkomt Matthias in hun midden. De apostelen zijn met 12-en weer compleet.
12
Na de Hemelvaart zitten de apostelen eigenlijk met een “gat”. Judas kreeg enorme berouw omdat hij Jezus had verraden door zijn kus voor 30 zilverlingen en benam zichzelf het leven. Ofwel: waren er nog maar 11 apostelen. Met de op handen zijnde taak, was het belangrijk om weer met 12-en (compleet) te zijn.
12
omdat het verwijst naar de 12 stammen van Israël, teken van volledigheid, het nieuwe volk van God.
Eenmaal terug in Jeruzalem zegt Petrus: “dit moet weer hersteld worden”. Het getal 12 moet weer compleet gemaakt worden.
Maar wie mocht apostel worden? Niet zomaar iemand. Hij moest vanaf het begin bij Jezus zijn geweest, getuige zijn geweest van Zijn optreden én getuige van de verrijzenis.
Met die gegevens komen er 2 mannen naar voren: Jozef Barsabbas (Justus) en Matthias. Dan gebeurt iets heel ouds en Bijbels: ze werpen het lot. Dus niet stemmen, campagne voeren of machtspolitiek. Maar: “God moet tonen wie gekozen wordt.”, Beiden behoren al lange tijd tot de leerlingen van Jezus en waren getuigen van Zijn leven en verrijzenis.
De groep bidt vervolgens: “Heer, U kent de harten van alle mensen. Toon ons wie U hebt uitgekozen.” Daarna werpt men het lot. Niet om het toeval te laten beslissen, maar juist vanuit het vertrouwen dat God de uitkomst zal leiden. Het lot valt op Matthias. Zo wordt de kring van de twaalf opnieuw hersteld.
Verder is het een tijd van eensgezind volharden in gebed. Ze wachten samen, een geestelijke voorbereiding. Maar vooral wachten, stilte. Wachten in Jeruzalem op wat komen gaat.
Dan vanuit het niets, verandert de sfeer compleet.
Plotseling klinkt er een geluid als van een geweldige windvlaag. Niet zomaar een zacht briesje, maar een allesdoordringend geluid dat de ruimte lijkt te vullen. Er verschijnen vuurachtige tongen, talen, beweging. Geen aankondiging van een engel, geen profeet die iets komt vertellen, maar een geluid, een geraas. Dan verschijnen er “iets als tongen van vuur”… Geen vuur dat vernietigt. Maar vuur dat bezielt. En dan verandert alles. Het “vuur” verdeeld zich over de aanwezigen, die zich op elk afzonderlijk neerzetten.
Nu komt het echte wonder: de leerlingen ontvangen moed, kracht en vuur in hun hart. Dezelfde mensen die eerder bang waren en zich verborgen hielden, gaan nu naar buiten. Ze beginnen te spreken, niet zomaar iets in euforie roepen, maar mensen buiten horen hun eigen talen. – Jeruzalem zit op dat moment vol met Pelgrims uit allerlei gebieden en die horen ineens…hun eigen taal. Parthen, Meden, Egyptenaren, Romeinen, ga zo door, die zeggen: “Hoe kunnen wij hen verstaan in onze eigen taal?”.
👉🏻 Wat hier opvallend ook gebeurt: leerlingen die eerst bang, verstopt, onzeker afwachten, ineens gaan ze naar buiten, spreken openlijk, zonder angst, vol zelfvertrouwen. Petrus ondergaat daarin wel de grootste verandering. Mensen horen lawaai, ze stromen samen, ze horen de leerlingen spreken, raken verbaasd. Het is zo hevig dat ze denken dat ze zelfs dronken zijn. Dan uit het midden komt Petrus – door Jezus ‘de rots’ genoemd – en begint te spreken tot de menigte. Over Christus, zijn dood en verrijzenis, bekering, hoop, maar vooral: Gods belofte.
Pinksteren gaat niet alleen over vuur, maar ook over verbinding.
Wat we hier ook zien is de geboorte van de kerk. Pinksteren wordt daarom vaak gezien als de geboorte van de Kerk. Niet de geboorte van een gebouw. Niet de geboorte van macht. Maar de geboorte van een levende gemeenschap. Een gemeenschap die: • naar buiten treedt, • het Evangelie verkondigt, • mensen samenbrengt, • en leeft vanuit de Heilige Geest. Veelal gesymboliseerd als een witte duif.
Witte Duif:
De witte duif is niet zomaar ontstaan uit een liefde voor dieren; het symbool heeft een diepe Bijbelse oorsprong. Wat begint bij de doop van Jezus in de Jordaan: de Heilige Geest daalde neer als een duif. Dat is niet noodzakelijk een exacte biologische duif geweest. Maar een duifachtige wezen verschijning, of een beweging zoals een duif neerdaalt.
Een duif in de oude wereld allerlei betekenissen droeg: vrede, zachtheid, zuiverheid, hemelse boodschapper, verbinding tussen hemel en aarde. Dat paste perfect bij: Gods Geest, die neerdaalt, niet gewelddadig, maar levend en bezielend.
Verder nog bij Noach, die stuurt een duif uit de ark. Die terugkeert met een olijftak. Wat een teken van vrede is, einde van het oordeel, nieuw begin, herstel tussen God en mens.
In het hier en nu:
Pinksteren is een christelijke feestdag die deel uitmaakt van de paasvieringen. Pinksteren herdenkt de uitstorting van de Heilige Geest over de apostelen.
Het wordt beschouwd als het begin van het christendom – de geboorte van de kerk.
Pinksteren wordt gevierd op de zevende zondag, of de 50e dag na Pasen, tien dagen na Hemelvaart. Pinksteren vormt de voltooïng van de Paastijd. Na Pinksteren volgen: 1. het feest van de Heilige Drievuldigheid, 2. het feest van het Heilig Sacrament en 3. het feest van het Heilig Hart.
In de kerk
Waar met Hemelvaart Jezus letterlijk door het dak van de Kerk verdween, lieten ze met Pinksteren vanuit dezelfde opening rode rozenblaadjes vallen op het volk. Als symbool van de vurige tongen van de Heilige Geest. Zoals je op de foto hiernaast kan zien. Een foto uit de vorige eeuw van Onze Lieve Vrouwe Kerk te Breda.
Ook werden er witte duiven losgelaten tijdens de Pinksteren. Of brandende/stervormige constructies neergelaten, begeleid door luid gezang en klokgelui. In bepaalde kathedralen noemde men dit: “de regen van de Heilige Geest”
De middeleeuwers beleefden geloof niet enkel met hun hoofd, maar met al hun zintuigen. Ze leefden het geloof. Middeleeuwse en oude kerkelijke tradities waren soms véél levendiger dan moderne mensen denken. Niet droog of afstandelijk — maar juist vol beeld, geur, licht, beweging en symboliek.
Zo heb je nog steeds de bereden Pinksterprocessies (Pfingstritte). Met name in Duitsland en Slovenië. Ruiters trekken biddend door velden en dorpen 👇🏻
In Borne wordt nog altijd met Pinksteren een meisje gekozen als: Pinksterbruid of Pinksterkoningin. Ze droeg: bloemenkransen, groen, linten en witte kleding van een bruidje. Als symbool van: nieuw leven, lente, vreugde, vruchtbaarheid, “de komst van leven en geest”.
Nog een leuk detail voor onze Vlaamse lezers: jullie kennen de Sinksenfoor in Antwerpen.
Feit: Sinksen is de Vlaamse naam voor Pinksteren. Het is een verbastering van het Oudfranse sinquiesme, wat ook ‘vijftigste’ betekent. In het voorjaar wordt de grootste kermis van Antwerpen gehouden: de Sinksenfoor. Traditioneel start de Sinksenfoor op de zaterdag van Pinksteren. De naam Sinksenfoor stamt dan ook af van de woorden Pinksteren (=sinksen) en foor (=kermis).