40 dagen voor Pasen
Voor Pasen ligt een weg.
Geen feest, maar een voorbereiding.
Veertig dagen waarin stilte, inkeer en richting samenkomen.
De paasfeesten zijn in het kerkelijk jaar de jaarlijks terugkerende Christelijke feesten die het hele Pasen omvatten.
De vroegste datum voor Pasen is 22 maart en de uiterste datum is 25 april.
De Paasfeesten start met septuagesima. (Septuagesima is de eerste zondag van de Paasfeesten. Septuagesima is 63 dagen voor Pasen.) En eindigt 50 dagen na Pasen op Pinksteren.
In de Paasfeesten zitten: de Veertigdagen vastentijd, Goede week, Pasen, Paasoctaaf (= acht zondagen van Pasen), Hemelvaart en Pinsteren.
Waarom valt Pasen elke jaar op een andere datum? De maan wijst de weg.
Pasen heeft geen vaste datum, het verschuift elk jaar. Niet omdat het willekeurig is…maar omdat het verbonden is met de hemel. De kerk rekent vanaf de lente. Die begint — vastgezet — op 21 maart. Vanaf dat moment wordt gekeken naar de maan.
De oorsprong ligt bij het Joodse Pesach.
Jezus stierf en stond op rond Pesach (Pascha). En Pesach wordt bepaald door: de volle maan in de lente.
Want de Joodse kalender = maankalender. Een maand begint bij nieuwe maan, ofwel: Pesach valt bij volle maan in de maand Nisan (lente)
👉 het moment van Jezus’ dood en opstanding was al gekoppeld aan de maan
✝️ De kerk is dit blijven volgen. De eerste christenen zeiden: we houden vast aan dat moment. Maar…
👉 ze wilden het ook altijd op een zondag vieren (de dag van de opstanding).
Zo ontstond deze regel: neem de lente (21 maart) – neem de volle maan daarna (zoals bij Pesach) – neem de eerste zondag daarna = Pasen en vanuit dat punt wordt alles terug gerekend.
Samengevat: wanneer is de eerste volle maan na 21 maart- de lente? Dan de eerste zondag: dat is het ankerpunt, van daaruit rekenen we alles terug. De 40 dagen in de woestijn – de zondagen tellen niet mee: dan krijg je 46 dagen terug is aswoensdag. Wanneer je je kruisje haalt.
Niet de kalender bepaalt dus de dag…maar het ritme van de maan. Een beweging van voorbereiding naar vervulling.
Tijdens de Sedermaaltijd wordt niet alleen gegeten…
maar vooral verteld.
Wie spreekt over de uittocht uit Egypte,
houdt het verleden levend in het heden.
Daarom liggen op tafel ongezuurd brood en bittere kruiden —
zichtbare tekenen van wat ooit werd doorstaan.
Niet om te herinneren alleen…
maar om het verhaal telkens opnieuw door te geven.
Dan is er nog een ander Heilig moment voor Jezus de woestijn ingaat:
De doop in de Jordaan het begin van de weg
Aan de oever van de Jordaan staat hij. Niet in een tempel. Niet tussen priesters. Maar in het open land.
Waar water stroomt en mensen komen met wat ze dragen.
Johannes doopt.
Een stem in de woestijn. Roept tot omkeer. Tot loslaten wat geweest is. En daar — tussen de mensen —
komt Hij. Niet om zich te onderscheiden. Niet om boven hen te staan. Maar om zich erbij te voegen. Hij stapt het water in.
Johannes aarzelt.
“Ík zou door U gedoopt moeten worden…” Maar Hij antwoordt: Laat het zo zijn. En het gebeurt. Water raakt Hem. Zoals het allen raakt. Geen teken van afstand — maar van nabijheid. En dan…
opent de hemel zich.
Niet zichtbaar voor iedereen, maar werkelijk. De Geest daalt neer. Zacht, een stem klinkt:
Jezus leefde, in eenvoud in stilte. Tussen de mensen van alledag. Niet afwezig, maar verborgen.
Wat Hij was, werd niet uitgesproken. Wat in Hem lag, werd niet getoond.
Tot dat ene moment, aan de Jordaan.
………..hier wordt niets bewezen. Hier wordt uitgesproken wat al is.
Geen wonder. Geen teken voor de menigte. Maar een begin.
Niet luid, niet groots, maar helder.
En vanuit dit moment… begint de weg. Niet naar macht, niet naar erkenning, maar naar diepte.
Van het water naar de woestijn. Van ontvangen naar doorleven.
Wie hier kijkt, ziet geen gebeurtenis…maar een opening. Een grens die wordt overgestoken. Niet door woorden, maar door aanwezigheid.
En zo begint het, niet met doen, maar met zijn.
De weg die volgt,
wordt niet gekozen uit kracht…
maar gedragen vanuit wat hier is ontvangen.
Zo wordt zichtbaar wat eerst verborgen was. Niet door woorden, maar door keuzes. En pas daarna…begint de weg die iedereen zal zien.
Wat in stilte gevormd is,
wordt niet gebroken in de openheid.
Vanuit het water…de stilte in. De weg gaat verder —de woestijn in.
De woestijn……….de weg vóór Pasen
Wat verborgen was gebleven, treedt hier voor het eerst naar buiten.
Nog vóór het eerste wonder…nog vóór de eerste volgelingen…
wordt Hij geleid
Niet door mensen, maar door de Geest. De woestijn in. Veertig dagen lang is daar niets.
Geen overvloed. Geen afleiding. Geen comfort.
Hij vast
Niet uit gewoonte, maar uit overgave. De Schrift zegt alleen dat Hij honger kreeg. Over water wordt niet gesproken. Wat blijft, is dit: Hij is daar als mens — kwetsbaar, uitgeput… en alleen.
En juist daar… komt de beproeving.
Niet met geweld. Niet met dwang. Maar met woorden. “Maak van deze stenen brood.” Een eenvoudige vraag. Bijna logisch, zelfs. Waarom lijden als je het kunt oplossen? Maar Hij antwoordt:
“De mens leeft niet van brood alleen.”
“Spring.” Van de hoogte van de tempel. De engelen zullen je dragen. Bewijs wie je bent. Laat het zien.
Maar Hij weigert.
“Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.”
Geen spektakel. Geen bewijsdrang. Geen test van het heilige.
Plafondschilderingen van 1130 in de kerk Sankt-Martin in Zillis, Zwitserland
En dan… macht. Alle koninkrijken van de wereld, in één moment aangeboden. Zonder lijden. Zonder weg.
Alleen één buiging. Maar hier is de grens.
“Ga weg, satan.”
En daarna… stilte. De tegenstander wijkt. En pas dan — komen de engelen.
Dit is de weg.
Niet van buitenaf zichtbaar, maar van binnen voltrokken.
Waar honger geen zwakte wordt, maar helderheid.
Waar macht geen doel wordt, maar verleiding.
Waar vertrouwen niet getest wordt, maar geleefd.
In de woestijn werd niet bepaald of Hij zou vallen… maar zichtbaar gemaakt dat Hij standhield.
En daar begint Pasen. Niet bij het lege graf, maar hier.
In de stilte.
In de leegte.
In de keuze om niet af te wijken.
Wie deze weg begrijpt,
begrijpt dat wachten geen stilstand is.
Maar voorbereiding.
En dat zelfs in de leegte…
de eerste stap al gezet wordt.
Na veertig dagen… wijkt de tegenstander.
Jezus, uitgeput, niet verslagen met macht, maar door standvastigheid.
Pas dan… komen de engelen. Niet luid, niet zichtbaar voor iedereen, maar aanwezig.
Zij dienen Hem. Vanaf dat moment…begint de weg naar buiten.
Wat in stilte gevormd werd, treedt nu naar voren.
Niet om te tonen wie Hij is… maar om te brengen wat Hij draagt……het Hemelse Koninkrijk van God.