Dispositio is Latijns en betekent in de kern iets als ordening, indeling, schikking of opbouw. In Dispositio-cards leggen we uit hoe de sectio’s (gedeeltes/hoofdstuk) zijn opgebouwd. Hier over de oprichters en de eerste generatie van de Orde van de Tempel.
Oprichters en eerste generatie
Bij het ontstaan van de Tempelorde wordt vaak gesproken over zeven, negen of soms zelfs meer oprichters. Vooral op internet worden verschillende namenlijsten gebruikt, alsof precies bekend is welke mannen vanaf het allereerste moment gezamenlijk de Orde hebben gesticht.De historische werkelijkheid is minder eenvoudig.
De vroegste bronnen zijn beperkt en niet iedere naam is op hetzelfde moment of met dezelfde zekerheid aantoonbaar. Daarom maken wij bewust onderscheid tussen oprichters en eerste generatie.
Als oprichters nemen wij twee mannen op:
1 Hugues de Payns
2 Godfrey / Godefroi de Saint-Omer
Hugues de Payns staat centraal bij het ontstaan van de Orde en werd haar eerste meester. Daarom staat hij zowel bij de Oprichters als bij de Groot Meesters. Hugues de Payns vervulde beide rollen.
Godfrey de Saint-Omer wordt door historicus professor Malcolm Barber in The New Knighthood: A History of the Order of the Temple uitdrukkelijk aangeduid als medeoprichter van de Tempelorde. Daarna volgt de eerste generatie: mannen die zeer vroeg aantoonbaar tot de Orde behoorden, nauw met Hugues de Payns verbonden waren, aan het concilie van Troyes deelnamen of kort daarna in vroege bronnen als Tempelier worden genoemd.
Tot deze eerste generatie rekenen wij:
3 Payen de Montdidier
4 André de Montbard
5 Gondemar
6 Archambaud de Saint-Amand
7 Geoffroi Bisot
8 Roland
9 Goscelin
Niet al deze mannen zijn op exact hetzelfde moment aantoonbaar. Payen de Montdidier wordt door Barber bijvoorbeeld omschreven als een van de vroege metgezellen van Hugues de Payns en was aanwezig bij Troyes. André de Montbard en Gondemar traden reeds vóór het concilie namens de jonge Orde op. Archambaud de Saint-Amand, Geoffroi Bisot en Roland behoren tot de vroege groep die in verband met Troyes en de Regel van de Tempel wordt genoemd. Goscelin is iets later aantoonbaar en wordt in bronnen uit 1137/38 en 1140 als broeder van de Tempel genoemd.
Waarom wij afwijken van de bekende lijst van negen oprichters
Wij streven ernaar zo dicht mogelijk bij de historische bronnen te blijven. Daarom noemen wij niet automatisch alle vroege Tempeliers oprichter. Dat iemand tot de eerste generatie behoorde, betekent niet automatisch dat hij vanaf het eerste moment bij de stichting aanwezig was. Om die reden kiezen wij voor de bredere maar historisch voorzichtigere aanduiding:
Oprichters & eerste generatie
Zo kunnen wij zowel recht doen aan de twee mannen die het duidelijkst met de stichting verbonden zijn als aan de broeders die in de eerste jaren mede vorm gaven aan de jonge Orde.
Rood Tempelierskruis op de mantel
Wie aan een Tempelier denkt, ziet vrijwel onmiddellijk de bekende witte mantel met het rode kruis voor zich. Toch hoort dat beeld niet bij de allereerste jaren van de Orde.
Godfried van Bouillon - Hugues de Payn - Molay
wereldlijke kleidng - witte mantel - met tempelierskruis
Vóór Troyes (1129) liepen de eerste Tempeliers volgens Willem van Tyrus nog gewoon in wereldlijke kleding; dus toen was er nog géén uniforme witte Tempeliermantel. Pas bij/na het concilie van Troyes werd de witte mantel officieel aan de ridderbroeders toegewezen. Het beroemde rode Tempelierskruis werd daar ook nog niet genoemd.
De bekende traditie plaatst de invoering van het rode kruis pas in 1147, toen paus Eugenius III aanwezig was bij een groot kapittel van de Tempeliers in Parijs, kort voor het vertrek van de Tweede Kruistocht. Vanaf die periode werd het rode kruis het herkenbare teken van de Orde en kreeg het tevens de betekenis van bereidheid tot martelaarschap voor het geloof.
Daarom beelden wij de oprichters en vroegste generatie niet automatisch af met het rode kruis. Hugues de Payns, Godefroi de Saint-Omer en verschillende andere broeders op deze pagina leefden en dienden al jaren voordat dit teken met de Orde werd verbonden.
Dat maakt hun kleding voor moderne ogen misschien minder onmiddellijk herkenbaar als “Tempelier”, maar historisch is het juist passender bij de ontwikkeling van de Orde.
Het ontbreken van het rode kruis is dus geen fout in de afbeelding, maar een bewuste historische keuze.
Dus:
ca. 1119–1129
De eerste broeders worden niet automatisch in een witte Tempeliermantel afgebeeld. Maar veelal in hun wereldlijke kleding.
vanaf 1129
Ridderbroeders kunnen worden afgebeeld met een witte mantel, maar nog zonder rood kruis.
vanaf 1147
De bekende witte mantel met het rode kruis wordt historisch passend.