Sacrementsdag

Sacramentsdag ✠ Copus Christi


Vandaag… komt Hij naar óns.
Niet verborgen in woorden, niet alleen in stenen muren, maar gedragen… door mensen.

Het is Sacramentsdag — Corpus Christi.

Een dag waarop de Kerk niet binnen blijft, maar de deur opent en Hem meeneemt de wereld in. In een processie, door de straten.
Voorop loopt de kruisdrager met het processiekruis. Met daarachter de kaarsdragers, die openen de weg. Gevolgd door vaandels/banieren – gildes en broederschappen. Soms komen dan nog de kinderen die bloemen strooien.
Dan meestal onder een baldakijn, in een monstrans van goud, zichtbaar… gedragen door een priester.

De priester draagt de monstrans met bedekte handen. Met een rijk versierde doek, een Humerale velum, die hij om zijn schouders heen draagt. Dit voor uiterste eerbied voor Christus; Christus is zelf aanwezig.
Het is of dat de priester “verdwijnt” achter het ritueel en dat klopt. Het doek maakt hem tot dienaar, niet tot middelpunt. Omdat wat hij draagt hem overstijgt. Bedekte handen zeggen: dit ligt niet in mijn macht, dit is mij toevertrouwd.

Gouden monstrans met hostie centraal geplaatst, gedragen tijdens een kerkelijke viering

Een dienaar zwaait een wierookvat, het hart richt zich.
De thurible — waaruit geurige rook opstijgt rond de monstrans. Wierook is als een gebed dat opstijgt. Uit de Bijbel, Psalm 141: “Laat mijn gebed opstijgen als wierook voor Uw aangezicht.” Wierook is ook een zichtbaar eerbetoon, zoals buigen, maar dan als geur en beweging.
Een oude betekenis van wierook is ook als reiniging. Niet schoonmaken, maar ruimte die voor God wordt klaargemaakt.
De rook “omhult” de monstrans. Niet om te verbergen, maar om te tonen: dit overstijgt ons.

Priester in liturgisch gewaad met wierookvat tijdens een kerkelijke viering, rook stijgt op boven de vloer

Christus is aanwezig in de geconsacreerde hostie, in een monstrans.
Hij is NIET de leider van de stoet. Hij is het HART waar alles naartoe beweegt. Terwijl Hij wordt gedragen, stijgt de wierook op. Gebed en Zijn aanwezigheid ontmoeten elkaar — in geur, in stilte, in beweging. Hij is nu zo onbegrijpelijk nabij.
Daarna, achter de monstrans volgen nog meer gelovigen.
Langs de route staan we stil. Misschien wel voor het eerst, want dit is geen symbool alleen.

Dit is aanwezigheid.

En terwijl wij denken dat wij Hem dragen… is het misschien wel andersom.

Hier in de straten van de middeleeuwen— straten zijn voorbereid als een heilige weg, schoongemaakt – bloemtapijten voor de processie om over te lopen.
Een van de meest indrukwekkende momenten van het jaar. Steden kwamen tot stilstand. Gilden, Broederschappen, ridders – iedereen liep mee, of stond aan de kant.
Voor Tempeliers en ridders: wij nemen onze helmen af en knielen in het stof als Hij voorbij kwam. Niet uit zwakte… maar omdat daar iets gebeurt wat je niet met kracht kunt afdwingen. Dan raken hemel en aarde elkaar.
Dat wat hij vandaag ziet —dat wat voorbij wordt gedragen — dezelfde Aanwezigheid is die morgen met hem op het slagveld meegaat. Nu in de processie en hier…ontstaat iets.

Geen leger.
Geen macht.
Maar een Orde.

Broeders die niet alleen vechten,
maar ook waken.

Niet alleen beschermen,
maar vertrouwen.

En misschien is dat wel de diepste les van vandaag.

Dat deze ene dag…
slechts een glimp is
van een waarheid die altijd al bestaat.

Durf jij morgen nog te lopen
alsof je alleen bent…

of ga je, net als zij,
de weg op — gedragen?



En daar… begint het verhaal
van de broeders die niet alleen pelgrims beschermden,
maar zelf gedragen werden
door datgene wat zij dienden.
Middeleeuwse sacramentsprocessie met monstrans onder baldakijn, omringd door geestelijken, gelovigen en knielende ridders langs de weg

Corpus Christi valt op de donderdag na Drievuldigheidszondag, enkele weken na Pinksteren.
De oorsprong ligt in de 13e eeuw, bij een vrouw: Juliana van Cornillon kreeg visioenen van een maan met een donkere vlek → symbool voor een ontbrekend feest in de Kerk. Zij verlangde naar een dag speciaal voor de Eucharistie. Paus Urbanus IV stelde het feest officieel in (1264).

Er was ook een eucharistisch wonder in Orvieto dat dit verlangen versterkte.

Een geconsacreerde hostie (= gewijd, veranderd door consecratie) wordt in een monstrans geplaatst en wordt in een processie door de straten gegaan. Vaak liggen er bloemen of bloemtapijten. Er wordt gezongen, gebeden, gezegend. Het idee is diep en eenvoudig tegelijk: Christus blijft niet binnen de kerk… anders gezegd:
Christus laat zien WAAR Hij is in de wereld: tussen de mensen, in de Eucharistie. Hoe hij bij ons blijft en aanwezig is.
Hij gaat met de mensen mee de wereld in. Het zegt: God is niet ver weg, Hij is aanwezig in het alledaagse, Hij laat zich dragen door mensen. Hij gaat letterlijk de straten op. Denk aan Hugues de Payens en zijn broeders, die leefden vanuit één kern: permanente aanwezigheid van Christus.

Corpus Christi waar we stilstaan bij HET mysterie. De werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie. Dit is niet een loos iets, dit is geen mooi verhaaltje voor het slapen gaan.
In de mis, tijdens de Eucharistie, gebeurt iets dat je niet ziet — en toch werkelijk is. De hostie en de wijn worden veranderd: de hostie in Zijn lichaam, de wijn in Zijn bloed (op het moment dat de stilte wordt doorbroken door het luiden van de belletjes).
Wat uiterlijk brood en wijn blijft, wordt in wezen Zijn aanwezigheid. Dit mysterie noemen we transsubstantiatie.
Het oog ziet brood en wijn… het hart ontvangt Hem. Niet als symbool, maar als werkelijkheid.
Corpus Christi wordt tot op de dag van vandaag een wereldwijd gevierd.

Graduales Romanum Tomo I en II
Introitus
Hymne

👆🏻 Graduale Romanum (1872) uit de collectie van De Nederlandse Tempeliers 👆🏻 
In deze enorm zware Graduales, 14 en 16 kg per stuk ! – staan gregoriaanse liederen voor o.a. Sacramentsdag. De boeken komen zelf uit 1872, maar de teksten zelf zijn veel ouder. Bijvoorbeeld de tekst: Ibavit eos ex adipe frumenti… Dat komt rechtstreeks uit de Psalmen. Die tekst bestond natuurlijk al eeuwen vóór de Tempeliers.

Het feest van Corpus Christi (Sacramentsdag) ontstond pas in de 13e eeuw. Paus Urban IV stelde het feest voor de gehele Kerk in 1264 in. Dat betekent:

• Hugues de Payens heeft het nooit meegemaakt.
• Bernardus van Clairvaux heeft het nooit meegemaakt.
• De eerste generatie Tempeliers kende dit feest niet.

Maar… Jacques de Molay wél. Jacques de Molay leefde van ca. 1244–1314. Dus toen Sacramentsdag in de Kerk werd ingevoerd, bestond de Tempelorde nog gewoon. Sterker nog: Molay, de broeders in Cyprus, Frankrijk, Engeland en Aragon zullen vrijwel zeker Sacramentsdag hebben gekend en gevierd.
Kijken we nu naar pagina 426, dan kijk je naar een feest dat:

• Bernardus nooit kende,
• Hugues nooit kende,
• maar dat Jacques de Molay waarschijnlijk wél heeft meegemaakt.

De melodie is gregoriaans. Gregoriaans werd in de 12e en 13e eeuw overal in de Latijnse Kerk gezongen. Dus hoewel de exacte notatie op jouw pagina uit 1872 komt, klinkt de muzikale wereld erachter verrassend dicht bij wat een Tempelierbroeder gehoord zou hebben. Met andere woorden:

Een Tempelier uit 1180 zou de melodische taal herkennen.
Een Tempelier uit 1300 zou waarschijnlijk zelfs het feest herkennen.

Blz 426 regel 1
C-I-bá-vit e-os ex á-di-pe fru-mén-ti
Regel 2
mén-ti, al-le-lú-ja: et de petra melle sa
regel 3
tu-rá-vit e-os, al-le-lú-ja…
De drie regels aan elkaar: Cibavit eos ex adipe frumenti, alleluia; et de petra melle saturavit eos, alleluia.
Vertaling: Hij voedde hen met het beste van het koren, alleluia; en uit de rots verzadigde Hij hen met honing, alleluia.
Dat zijn beelden van voedsel, voeding, verzadiging, Gods zorg. Corpus Christi, waar Christus Zichzelf geeft als voedsel voor de ziel.

Foto 3:
Het allerheiligste Sacrament staat centraal op Sacramentsdag: Tantum ergo Sacramentum. Dat staat voor de geconsacreerde Hostie. Christus zelf aanwezig in de Eucharistie.
De tekst gaat verder: venermur cernui: laten wij eerbiedig aanbidden, neergebogen. Niet laten we erover nadenken, maar laten we knielen !
En dan: Et antiquum documentum = en laat het oude verbond… novo cedat ritui = wijken voor de nieuwe ritus.
Thomas zegt hier: In het Oude Testament waren er voorafbeeldingen: manna in de woestijn, paaslam en offers in de tempel.
Maar nu is Christus gekomen. Dus: het oude maakt plaats voor het nieuwe.
Dan volgt: Praestet fides supplementum = Laat het geloof aanvullen, sensuum defectui = wat onze zintuigen tekortschieten. Met andere woorden: Je ogen zien brood, je smaak proeft brood, je handen voelen brood. Maar het geloof ziet méér. Dat is precies wat Thomas hier zegt. Waarom is dit zo belangrijk? Omdat dit de beroemdste Eucharistische hymne van de Kerk is.

Thomas is Thomas Aquinas, kreeg van Paus Urban IV de opdracht om de liturgische teksten te schrijven voor het nieuwe feest van Corpus Christi (Sacramentsdag) in 1264.

Paus Gregorius knielt tijdens de mis terwijl Christus verschijnt op het altaar, omringd door de passiewerktuigen, met geestelijken als getuigen
Bron: Hans Baldung, De Mis van Sint-Gregorius, 1511 — Cleveland Museum of Art (CC BY 3.0
Wat hier zichtbaar wordt, ligt verborgen in elke mis…maar zelden wordt het zo getoond.
Paus Gregorius knielt tijdens de mis terwijl Christus verschijnt op het altaar, omringd door de passiewerktuigen, met geestelijken als getuigen.Tijdens de mis knielt paus Gregorius… en dan gebeurt het.
Niet in woorden, maar in aanwezigheid.
Christus verschijnt op het altaar — zichtbaar, tastbaar, werkelijk.
Wat voor de ogen verborgen blijft, wordt hier onthuld, midden in de liturgie.

 

 

En terwijl wij denken dat wij Hem dragen… is het misschien wel andersom.

voetstappen in het zand…..

Voetstappen